Regionaal grondbeleid niet ei van Columbus

20-06-2013

Conclusie deskundigen Actieteam Regionaal Grondbeleid op basis van onderzoek van onder andere tien regionale samenwerkingsverbanden

Zoetermeer, 21 juni 2013 – Ondanks dat het tegenovergestelde regelmatig beweerd wordt, blijkt uit onderzoek van de Actieagenda Bouw dat van regionaal grondbeleid geen wonderen verwacht mogen worden. “We zeggen niet dat het niet kan werken”, aldus Adriaan Visser, trekker van het Actieteam ‘Regionaal Grondbeleid’. “Over het algemeen blijken er in de praktijk te veel haken en ogen aan te zitten, zoals verevening en beperkte woonmobiliteit tussen gemeenten, om te pleiten voor een grote algemene uitrol ervan”.

Het Actieteam Regionaal Grondbeleid bestaat uit acht deskundigen uit corporaties, projectontwikkelaars, wetenschap en (lokale) overheid. Zij baseren hun conclusies onder andere op een onderzoek dat zij door Deloitte Real Estate hebben laten uitvoeren. Visser, ook voorzitter van de Vereniging van Grondbedrijven: “De lokale situatie speelt een grote rol. Regionaal grondbeleid ten behoeve van woningbouw kan nuttig zijn afhankelijk van de mate van intergemeentelijke verhuisbewegingen. In de praktijk blijkt dit echter erg laag te liggen. Maar goed, het is dus wel van belang voor gemeenten om in ieder geval regionaal in kaart te brengen welke locaties met elkaar kunnen concurreren en hierover tot afstemming te komen in planning en typologie van het te ontwikkelen aanbod. Hier moeten private partijen zeker bij betrokken worden.” Het Actieteam gaat zo ver te stellen dat als deze basale afstemming tussen gemeenten onvoldoende tot resultaat leidt, de provincie drang en dwang zou moeten gebruiken in het kader van haar zorg voor de regionale programmering.

Bedrijventerreinen: gebeurt al
Bij bedrijventerreinen wordt de markt door gemeenten al vaak als een regionale markt gezien waarin gezamenlijke afstemming bevorderlijk is. Regionale grondbeleid kan versterking van capaciteit en competenties, vermindering van kwetsbaarheid, kostenreductie (marketing en acquisitie) en kwaliteitsverhoging tot gevolg hebben. Hiermee wordt ook onderlinge concurrentie voorkomen en wordt één gezicht naar de markt gevormd. Met betrekking tot regionaal grondbeleid waarschuwt het Actieteam nog wel voor de mededingingsregelgeving. Duidelijk moet zijn dat er geen sprake is van aanbodbeperking vanuit mogelijke kartel-overwegingen.

Kantoren en retail: aan de markt
Het Actieteam constateert voor kantorenlocaties en retail dat de actuele situatie geen aanleiding geeft voor additionele acties op rijksniveau, naast het kantorenconvenant en de acties die gaande zijn om herbestemming te vereenvoudigen. Gemeenten hebben belang bij het voorkomen van leegstand en het bestrijden ervan maar bij dit onderwerp zal de markt zelf een doorslaggevende bijdrage aan de oplossing moeten leveren. Visser: “gemeenten kunnen wel ruimte bieden om noodzakelijke herbestemmingen zo flexibel mogelijk te laten plaatsvinden. Dit dringt leegstand terug.”

Vervolg
Met de oplevering van dit onderzoek is het Actieteam nog niet klaar. “Wat betreft het grondbeleid hebben we nog een nadere inhoudelijke slag te maken”, aldus Adriaan Visser. “Het Economisch Instituut voor de Bouw zal voor ons een onderzoek gaan uitvoeren met als doelstelling om vanuit een analyse van de rollen en prikkels rond vraag en aanbod op de grondmarkt te komen tot een overzicht van mogelijke beleidsinstrumenten en de praktische toepasbaarheid daarvan. Op grond daarvan bekijken we dan welke verdere vervolgacties we met dit team oppakken”.

Over de Actieagenda Bouw
In 2012 is door bedrijven, kennisinstellingen en overheden de Actieagenda Bouw ontwikkeld voor de woning- en utiliteitsbouw. Deze door het zogenoemde Bouwteam opgestelde agenda geeft antwoord op de vraag wat eerder genoemde organisaties (gezamenlijk) te doen staat om te zorgen dat de woning- en utiliteitsbouwsector sterker uit de crisis komt. Meer informatie vindt u op www.actieagendabouw.nl.